Vanaf 1 januari 2021 zijn er nieuwe Europese regels voor het vliegen met een drone of een ander onbemand luchtvaartuig, zoals op afstand bestuurbare vliegtuigjes en helikopters. De nieuwe regels gelden voor zowel hobbyvliegers, recreatieve vliegers als beroepsmatige vliegers.

Drones worden bedrijfsmatig steeds vaker gebruikt. Om ervoor te zorgen dat de dronesector in Europa zich beheerst en professioneel verder kan ontwikkelen is er de afgelopen jaren hard gewerkt aan Europese regelgeving.

Regels vanaf 1 januari 2021: geen onderscheid meer tussen particulier of zakelijk gebruik

Het belangrijkste doel van de Europese regels is te komen tot een hoog en uniform niveau van luchtvaartveiligheid.

De Europese verordening vereist inschrijving in het Europese droneregister van iedere drone-operator. Dat kan een persoon of een bedrijf zijn. Registratie kan online gebeuren bij de RDW. Het registratienummer moet zichtbaar op de drone worden aangebracht. De minimumleeftijd voor een dronebestuurder is 16 jaar, met uitzondering van bestuurders van speelgoeddrones die vallen binnen de categorie Speelgoed van het Europese CE-keurmerk (CE staat hierbij voor Conformité Européenne, wat zoveel betekent als in overeenstemming met de Europese regelgeving).

Een drone van minder dan 250 gram en zonder camera hoeft niet te worden geregistreerd. Ook is registratie niet nodig van drones die vallen onder het CE-keurmerk Speelgoed.

Het onderscheid tussen recreatief en zakelijk gebruik vervalt.

De beroepsmatige vergunningen van ROC (RPAS Operators Certificate) verdwijnen, al is er een overgangsperiode van een jaar. Er kan alleen nog gevlogen worden met Europese documentatie.

RDW-registratie?

De RDW heeft de opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gekregen om vanaf 31 december 2020 onbemande luchtvaart te registeren. Het vliegbewijs en het exploitantnummer vraag je bij hen aan.

Behalve dat de drone technisch in orde moet zijn en men zich aan de nieuwe vliegregels moet houden, worden vanaf 31 december 2020 zowel de piloot (bestuurder) als de operator (exploitant) van een drone of onbemand luchtvaartuig vastgelegd. De piloot vraagt hiervoor een vliegbewijs aan, de exploitant (meestal de eigenaar van de drone) vraagt een exploitantnummer aan.

Het vliegbewijs wordt verplicht voor elke piloot van een drone of onbemand luchtvaartuig met een camera óf een gewicht van meer dan 250 gram. Voordat je een vliegbewijs bij de RDW aanvraagt, doe je eerst online theorie-examen bij een vliegschool.

Verzekering

Het zakelijk gebruik van een drone is niet standaard op de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekering gedekt. De voorwaarden sluiten immers aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door of met een luchtvaartuig uit. Er worden specifieke aansprakelijkheidsverzekeringen aangeboden. Het advies is om, indien mogelijk, het zakelijke gebruik van drones op de AVB mee te verzekeren.

Voor recreatief gebruik moet je nagaan of de aansprakelijkheid voor met of door de drone veroorzaakte schade is verzekerd op de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP). Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een modelvliegtuig met een gewicht van maximaal 20 of 25 kilogram is vaak gedekt. Het is in ieder geval verstandig de dekking hiervoor te controleren. Niet elke verzekeraar vindt een drone hetzelfde als een modelvliegtuig. En niet elke verzekeraar dekt aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door of met een modelvliegtuig.

Daarnaast is te verwachten dat de verzekeringsvoorwaarden particulier en zakelijk worden aangepast op dit punt, nu men moet voldoen aan de wet- en regelgeving. Als iemand zich niet houdt aan de verzekeringsvoorwaarden, is er mogelijk ook sprake van beperking of uitsluiting van de verzekeringsdekking.

Vragen naar aanleiding van dit artikel?

Neem dan contact op met Ekelenkamp. Dit kan telefonisch op 0548-616071 of per mail: bedrijven@ekelenkamp.nl.

 

 

Bron: Nibe